De Gouden Eeuw I

De Gouden Eeuw (1600 - 1700) I

De Gouden Eeuw is de belangrijkste periode uit de Nederlandse geschiedenis. Het pas ontstane ministaatje aan de Noordzee, ouderwets en hypermodern tegelijkertijd, komt tot grote economische, culturele en wetenschappelijke bloei. Vooral vanwege de godsdienstvrijheid die in de Nederlanden bestaat, trekken velen die in Europa vanwege hun geloof worden vervolgd naar de Republiek. Amsterdam wordt een centrum voor schrijvers en geleerden die in hun eigen land niet kunnen en mogen publiceren.

1600 kortDe zeventiende eeuw wordt in de Nederlandse geschiedenis de 'Gouden Eeuw' genoemd. In deze periode komt de Republiek der Vereenigde Nederlanden tot een ongekende economische en culturele bloei. In Europa beleefde men juist een stagnatie en achteruitgang van de economie, die tot 1750 zou voortduren. In de Republiek werden de politieke veranderingen, die in de zestiende eeuw waren doorgevoerd, verder uitgebouwd en verfijnd. De hoogste leiding van de Republiek berustte niet bij de adel en geestelijkheid zoals elders in Europa, maar bij een elite uit de burgerij. Deze regenten, zoals de bestuurders werden genoemd, kwamen doorgaans uit de koopmansstand. Politieke besluiten werden dan ook niet zozeer genomen om meer invloed en machtsuitbreiding in Europa of elders in de wereld te krijgen, maar om de handel te bevorderen of veilig te stellen. Dit in tegenstelling tot de omringende landen als Engeland en Frankrijk. Amsterdam ontwikkelde zich tot de belangrijkste havenstad en het commerciële centrum van de wereld. Centraal hierin stond de functie van de stapelmarkt. De stapelmarkt was in die tijd onmisbaar voor de doorverkoop, overlading, bewaring en bewerking van binnengekomen producten.

Omstreeks 1670 beschikte de Republiek over circa 15.000 schepen. Dat was vijfmaal meer dan de Engelse vloot. De Republiek had hierdoor vrijwel een transportmonopolie op de wereldzeeën. Met name de koloniale handel bracht de Nederlanden veel rijkdom. Vanuit Indië, Bengalen, Ceylon en Malakka werden specerijen, peper, zijden en katoenen stoffen aangevoerd. Tussen de westkust van Afrika, Brazilië, de Cariben en Europa bestond de handel voornamelijk uit plantageproducten zoals suiker, zout, tabak en brazielhout en later uit slaven. Aanvankelijk ging het de Hollandse zeevaarders die op Afrika voeren uitsluitend om goud en ivoor en hield men zich verre van de slavenhandel. Maar na verloop van tijd beschouwden de meeste zeelui ook de slavenhandel als een gegeven. Om de handel in slaven te rechtvaardigen, greep men naar de bijbel. Afrikanen waren de zonen en dochters van Cham, die door zijn vader Noach was vervloekt en daarmee dus ook de Afrikaanse bevolking.

Aan de positie van Amsterdam als het financiële centrum in de wereld, heeft vooral de Amsterdamse Wisselbank bijgedragen. De bank werd in 1609 opgericht en was een officiële instantie die het betalingsverkeer moest bevorderen. Dit betalingsverkeer werd bemoeilijkt door de vele verschillende muntsoorten die er in die tijd in omloop waren. De Amsterdamse Wisselbank nam munten in bewaring, waarna de inlegger een tegoed kreeg in bankguldens. Hiermee werd tevens de basis gelegd voor giraal geldverkeer.

De Gouden Eeuw staat niet alleen bekend om de economische prestaties. Ook op cultureel gebied stak de Republiek ver uit boven de rest van Europa. Opmerkelijk voor die tijd was dat met name de gewone burgers hun stempel drukten op de verschillende kunstuitingen.Vooral in de schilderkunst was dit het geval. Frans Hals, Johannes Vermeer, Jan Steen, Pieter de Hoogh, Jacob van Ruysdael, Gerard Dou en Rembrandt van Rijn zijn de beroemdste schilders uit die tijd. Rembrandt van Rijn (1606-1669) wordt algemeen beschouwd als de grootste schilder van de Gouden Eeuw. Rembrandt was de zoon van een Leidse molenaar. Hij heeft een jaar ingeschreven gestaan aan de Academie van Leiden. Daarna werd hij leerling van Jacob van Swanenberg in Leiden en vervolgens van de Amsterdamse schilder Pieter Pietersz. Lastman. In 1625 ging hij in Leiden als zelfstandig schilder werken. Tot 1632 staat deze periode bekend als zijn Leidse tijd. In 1632 vertrok Rembrandt opnieuw naar Amsterdam. Hij woonde in bij de kunsthandelaar Hendrik van Uylenburgh en trouwde een jaar later met de nicht van de kunsthandelaar, Saskia van Uylenburgh. Het echtpaar kreeg vier kinderen, waarvan alleen de zoon Titus in leven is gebleven.

Na de dood van Saskia in 1642 raakte Rembrandt in financiële moeilijkheden en veel van zijn bezittingen en schilderijen werden verbeurd verklaard. Met Hendrickje Stoffels, waarmee hij was gaan samenwonen, kreeg hij nog een dochter Cornelia. Hendrickje en zoon Titus zorgden samen voor voldoende opdrachten voor Rembrandt, waarmee hij zijn schulden kon afbetalen. Zijn opdrachten kwamen vooral van rijk geworden Amsterdamse burgers en kooplui. Rembrandt stierf in 1669 en ligt begraven in de Westerkerk in Amsterdam.

De Gouden Eeuw II

De Gouden Eeuw (1600 - 1700) II

1600 kort2Rembrandt schilderde veel portretten, waaronder het wereldberoemde groepsportret de 'Nachtwacht'. Zijn bijbelse voorstellingen en zelfportretten vormen een belangrijk onderdeel van zijn werk. Zijn bekendste werken zijn: De anatomische les van professor Tulp, Saskia als Flora, De Staalmeesters, Het Joodse Bruidje en De Heilige Familie. Rembrandt's oeuvre is verspreid over heel Europa en de Verenigde Staten. Belangrijke collecties van hem zijn te vinden in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam, Museum Booijmans-Van Beuningen in Rotterdam, het Teylers Museum in Haarlem, het prentenkabinet van het British Museum in Londen, de Albertina in Wenen en de Pierpont Morgan Library in New York.

Ook op letterkundig gebied bracht de Republiek beroemdheden voort, zoals Jacob Cats, Pieter Cornelisz. Hooft, Bredero, Constantijn Huygens en Joost van den Vondel. Van deze laatste dichter zijn de klassieke treurspelen 'Gijsbrecht van Amstel' en 'Lucifer' de bekendste werken. Deze spelen worden ook tegenwoordig nog uitgevoerd. Ook Hugo de Groot (1583-1645) moet worden genoemd. Deze Nederlandse jurist was tevens theoloog, classicus, historicus, staatsman en diplomaat. Een van zijn beroemdste werken is de juridische studie 'Over het recht van oorlog en vrede'. Hierin verdedigde hij de gerechtvaardigde oorlog als er geen andere middelen meer bestonden om een geschil op te lossen .Een onderdeel uit deze studie , 'Over de vrije zee', handelt over het recht van een vrije zee, waarbij hij ervan uitging dat de zeeën niet tot een bepaalde heerser konden behoren, behalve een zone van drie mijl langs de kust. Deze studie geldt ook nu nog als basis van het zeerecht.

Amsterdam oefende in de Gouden Eeuw een magische aantrekkingskracht uit op buitenlanders. Mensen van allerlei pluimage trokken naar deze metropool, waar niemand je lastig viel over je geloof en waar volop werk was. Vlamingen, Portugezen, Engelsen, Fransen, Duitsers, Polen, zelfs tsaar Peter de Grote kwamen zich vergapen aan deze stad. De tsaar liet zich bij de Zaanse scheepsbouwers de modernste scheepsbouwtechnieken onderwijzen om de Russische vloot te moderniseren. Ook de vader van Baruch Spinoza, die vanwege zijn joodse afkomst Portugal moest ontvluchten, kwam naar Amsterdam. Zijn zoon (1632-1677) werd een beroemd man in Europa, die met tal van belangrijke tijdgenoten correspondeerde. Hij had veel omgang met vrijzinnige christenen en vrijdenkers, waardoor hij in de (joodse) ban werd gedaan en uit Amsterdam moest vertrekken. Zijn beroemdste werk is het boek 'Ethica', waarin hij door middel van de wiskunde de joods-mystieke traditie en het redelijk-wetenschappelijk denken in één omvattende visie met elkaar heeft verenigd. Zijn werk, samen met dat van Voltaire en Descartes, heeft veel invloed gehad op het ontstaan van de Verlichting.

Halverwege de zeventiende eeuw verhevigden Engeland en Frankrijk hun aanvallen op de economische machtspositie van de Republiek. De Engelsen vaardigden in 1651 hun 'Navigation Act' uit en op het land moest de Republiek uitputtende oorlogen voeren met Lodewijk XIV van Frankrijk. Dit alles werkte lastenverzwarend voor de economie. De Gouden Eeuw eindigde dan ook aan het begin van de achttiende eeuw.

Twaaljarig Bestand

Het Twaalfjarig bestand (1609 - 1621)

1609 kortTwaalfjarig Bestand tussen Spanje en de Republiek. Na afloop van het Bestand boekt het leger van de Republiek onder aanvoering van Frederik Hendrik, zoon van Willem van Oranje en Louise de Coligny, aanzienlijke successen.

De Republiek was rond 1600 een mogendheid van betekenis geworden. Frankrijk en Engeland hadden al in 1596 een drievoudig verbond gesloten, waarmee deze landen de Republiek in feite hadden erkend. Door dit verbond werd de oorlog tegen Spanje onderdeel van een grote anti-Habsburgse campagne, die door Frankrijk werd geleid. In 1600 moest Maurits, stadhouder, kapitein-generaal en admiraal van de vloot op last van de Staten-Generaal en de Hollandse kooplieden de Vlaamse kuststeden bezetten en het kapersnest Duinkerken uitroeien. Deze kapers bezorgden de opkomende Hollandse koopvaardij veel overlast. De expeditie was zeer tegen de zin van Maurits, maar hij vertrok toch. In de duinen bij Nieuwpoort raakte hij slaags met de aartshertog Albrecht, landvoogd en schoonzoon van de Spaanse koning Filips II. Maurits wist deze Slag bij Nieuwpoort te winnen, maar slaagde niet in zijn missie de Vlaamse steden en Duinkerken te veroveren. Ook op zee ging de strijd door, waarbij Jacob van Heemskerck in 1607 een Spaanse vloot nabij Gibraltar overwon. Het was de eerste grote overwinning op zee door een vloot van de Republiek en was van grote strategische waarde. Van Heemskerck zelf sneuvelde tijdens de gevechten.

In 1608 vonden in Den Haag vredesonderhandelingen plaats tussen Spanje en de Republiek, waarbij ook Engeland en Frankrijk aanwezig waren. In 1609 mondde dit uit in het Twaalfjarig Bestand. Maurits had graag gezien dat de strijd zou worden voortgezet, terwijl raadpensionaris Van Oldenbarnevelt juist een voorstander was van vrede. Ook een ander probleem speelde een rol tussen de twee machtigste mannen van de Republiek. In de gereformeerde kerk ontstond een groot theologisch conflict tussen twee groepen: de Remonstranten en Contra-Remonstranten. Maurits koos de zijde van de Contra-Remonstranten, die orthodox in de leer waren, terwijl Van Oldenbarnevelt de zijde van de Remonstraten koos. Even dreigde dit conflict uit te lopen op een burgeroorlog. Tijdens een grote synode in Dordrecht in 1618 zijn het de Contra-Remonstranten die winnen. Van Oldenbarnevelt werd door een speciale rechtbank schuldig bevonden aan hoogverraad en op 13 mei 1619 in Den Haag terechtgesteld. Met name door de opstelling van Maurits in de geloofskwestie, werd het vertrouwen voor lange tijd geschaad tussen de Staten-Generaal en de Oranjes.

In 1621 loopt het Twaalfjarig Bestand formeel af. Aanvankelijk wilde men het Bestand laten overgaan in een definitieve vrede, maar dat stuitte af op te hoge Spaanse eisen. Op 23 april 1625 stierf Maurits. Hij werd opgevolgd door Frederik Hendrik, graaf van Nassau en prins van Oranje. Hij was de jongste zoon van Willem van Oranje en diens vrouw Louise de Coligny. Frederik Hendrik hervatte na de dood van Maurits de in de laatste jaren nagenoeg gestaakte oorlog tegen de Spanjaarden. Hij veroverde veel steden op de Spaanse bezetter, waardoor hij de naam 'Stedenbedwinger' kreeg toegemeten. Zijn militaire training had hij gekregen van Maurits en Simon Stevin, een wiskundig ingenieur in dienst van Maurits.

In 1639 werd een tweede Spaanse Armada naar de Nederlanden gezonden, met aan boord 20.000 man, in een poging de opstandige Staten alsnog op de knieën te dwingen. Admiraal Maarten Harpertsz. Tromp trok met een veel kleinere vloot ten strijde en vernietigde de Spaanse vloot nabij Duins.

Vrede van Munster

De Vrede van Münster (1648)

1648 kort2Spanje en de Republiek sluiten de Vrede van Münster. Spanje en het Duitse Rijk erkennen de Republiek als een vrije staat. De Tachtigjarige Oorlog wordt hiermee beëindigd. De Republiek speelt op het Europese politieke toneel een belangrijke rol.

De zuidelijke Nederlanden waren ondanks de overwinningen van Frederik Hendrik nog steeds grotendeels in Spaanse handen en katholiek. Met Frankrijk waren al onderhandelingen gevoerd over de verdeling van de zuidelijke Nederlanden. Op 14 maart 1647 stierf Frederik Hendrik. In Münster begonnen de vredesbesprekingen tussen Frankrijk, Spanje en de Republiek, die in 1648 resulteerde in de Vrede van Münster, waarbij de koning van Spanje de Republiek der Vereenigde Nederlanden erkende als vrij en soeverein land. Ook de Duitse keizer erkende de onafhankelijkheid, waarmee officieel een einde kwam aan de band tussen het Duitse Keizerrijk en de Republiek. De bestaande frontlinie werd de grens. Dit betekende dat de Republiek een aantal veroverde gebieden kon gaan besturen, zowel in Brabant, Vlaanderen en Limburg, als in Oost- en West-Indië. De gebieden in de zuidelijke Nederlanden kwamen onder direct bestuur van de Staten-Generaal, waardoor deze gebieden ook wel de 'Generaliteitslanden' werden genoemd. Met de Vrede van Münster kwam een einde aan tachtig jaar oorlog met Spanje.

Willem II, zoon van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, volgde zijn vader op als stadhouder. In 1641 trouwde Willem II met de tienjarige Mary Stuart, dochter van Karel I van Engeland. Willem II was evenals zijn vader een felle tegenstander van vrede met Spanje, terwijl de Staten zich eindelijk verlost zagen van de geldverslindende oorlogen. Ze staakten dan ook de betaling van de troepen, waarop Willem Amsterdam bezette om zijn eis de legers op sterkte te houden kracht bij te zetten. Op 6 november 1650 stierf Willem aan kinderpokken. Op 14 november werd Willem III geboren. Zijn moeder Mary Stuart, zijn grootmoeder Amalia van Solms en zijn oom de keurvorst van Pruisen kregen de voogdij over de jonge prins. Na de dood van zijn moeder in 1661 namen de Staten van Holland de opvoeding voor hun rekening, waardoor hij 'kind van de staat' werd genoemd. In 1653 werd Johan de Witt raadpensionaris van Holland en daarmee een van de invloedrijkste personen in de Republiek. De periode van 1650 tot 1672 wordt aangeduid als het 'Eerste Stadhouderloze Tijdperk'.

Rampjaar 1672

Het Rampjaar (1672)

Frankrijk en Engeland en de bisdommen Keulen en Münster verklaren de Republiek de oorlog. Willem III wordt stadhouder. De raadspensionaris Johan de Witt wordt door de Haagse bevolking vermoord. Op zee behaalt Michiel de Ruyter belangrijke successen tegen de Frans-Engelse vloot.

1672 kortDe twee protestantse zeemogendheden Engeland en de Republiek stonden op politiek gebied vrij dicht bij elkaar, maar vanwege de grote handelsbelangen en concurrentie op zee ontstonden er vanaf 1651 steeds conflicten tussen de twee landen. De belangrijkste oorzaak was de Akte van Navigatie. Deze door de Engelsen afgekondigde wet was bedoeld om de monopoliepositie van de Hollandse schepen in Europa en in Oost- en West-Indië te ondermijnen. De Akte riep heftig verzet op. De Staten reageerden door 150 oorlogsschepen uit te rusten. In 1652 brak de Eerste Engelse Oorlog uit. Maarten Tromp, Michiel de Ruyter en Witte de With behaalden enige successen, maar leden ook verliezen tegen de Engelsen. In 1654 kwam het tot vrede tussen Engeland en de Nederlanden. Maar vrij snel verklaarde de Engelse koning Karel II de Republiek opnieuw de oorlog. Deze Tweede Engelse Oorlog duurde van 1665 tot 1667. Om de in 1667 hervatte vredesbesprekingen kracht bij te zetten werd door Michiel de Ruyter zijn befaamde 'Tocht naar Chatham' ondernomen. In deze marinehaven werd een groot deel van de Engelse vloot verwoest en het vlaggeschip de 'Royal Charles' meegenomen. In juli volgde er vrede, waarbij de Akte van Navigatie in belangrijke mate werd afgezwakt.

Het jaar 1672 staat in de Nederlandse geschiedenis te boek als 'Het Rampjaar '. Lodewijk XIV sloot in dat jaar een verbond met de Engelsen en twee Duitse bisschoppen en verklaarde de Republiek de oorlog. Slechts Holland, Zeeland en de stad Groningen werden niet veroverd. Op zee vormde de Frans-Engelse vloot een constante bedreiging. Ook in de Republiek zelf vond een machtsstrijd plaats. Raadpensionaris Johan de Witt was een felle tegenstander van de grote macht van de Oranjes en op de hand van de staatsgezinden in de Republiek. De predikanten en het lagere volk waren daarentegen zeer oranjegezind. Door de Staten van Holland werd bovendien het 'Eeuwig Edict' afgekondigd. Hierin werd ondermeer bepaald dat het stadhouderschap werd afgeschaft, waardoor de Oranjes in feite alle macht ontnomen werd. Het ging vooral om de positie van Willem III, die naarmate hij ouder werd aanspraak ging maken op zijn positie als kapitein-generaal en zijn titel als stadhouder. Toen echter de Staten van Zeeland Willem III benoemden als stadhouder, volgden de andere Staten ook en was de macht van Johan de Witt gebroken. Hij kreeg de schuld van de invasie, hij had het leger verwaarloosd en de dreigingen van een Franse inval onderschat. In 1672 werden Johan de Witt en zijn broer Cornelis in Den Haag door een oranjegezinde volksmassa vermoord.

Willem III wist in 1673 alle vijandelijke troepen uit de Nederlanden te verdrijven. Op zee bracht Michiel de Ruyter de Engels-Franse vloot geduchte nederlagen toe. In 1674 sloten de Republiek en Engeland opnieuw vrede. Ook met de Keulse en Münsterse bisschoppen werd de vrede getekend. In 1676 begonnen de vredesonderhandelingen met Frankrijk. In datzelfde jaar stierf Michiel de Ruyter tijdens een zeeslag tegen de Franse vloot in de Middellandse Zee. Ondanks de oorlog liet Lodewijk XIV uit respect voor deze grote admiraal alle Franse kustbatterijen saluutschoten lossen, toen het schip met het stoffelijk overschot van De Ruyter voorbijvoer. In 1678 werd in Nijmegen de vrede met Frankrijk getekend, waarbij de Republiek alle door Frankrijk bezette zuidelijke gebieden terugkreeg.

The Glorius Revolution

The Glorious Revolution (1688)

1688 kortStadhouder Willem III, getrouwd met Mary Stuart, komt het protestantse Engeland te hulp met een leger om zijn katholieke schoonvader af te zetten. Hij wordt in 1689 tot koning van Engeland gekroond.

In 1677 trouwde Willem III met Mary Stuart, de oudste dochter van de hertog van York, en daarmee tevens opvolgster van de Engelse kroon. Willem III was een bekwaam politicus die door middel van bondgenootschappen het evenwicht in Europa wist te bewaren. Met name de expansiedrift van Lodewijk XIV en zijn ideeën over het ware geloof wilde hij beteugelen. In 1685 werd in Frankrijk het 'Edict van Nantes' herroepen, waarmee de hugenoten destijds godsdienstvrijheid hadden verkregen. Hierop vluchtten 400.000 goed opgeleide protestanten het land uit en vertrokken naar de Republiek, Engeland en de lutherse Duitse vorstendommen. Hierdoor kreeg de anti-Franse stemming een belangrijke impuls. In Engeland werd de katholieke Jacobus II, de schoonvader van Willem III, koning van Engeland. Er volgden al snel pro-katholieke maatregelen en een verbond met Frankrijk. De Engelsen zochten contact met Willem en zijn vrouw Mary met de dringende vraag snel in te grijpen. Met toestemming van de Staten-Generaal voer Willem in november 1688 met een groot leger naar Engeland om de wetten en vrijheden van Engeland te herstellen. Jacobus II vluchtte naar Frankrijk. Met de 'Roemrijke Omwenteling' (Glorious Revolution) werd in Engeland tevens de constitutionele monarchie ingesteld. In 1689 werden Willem en Mary door het parlement uitgeroepen tot koning en koningin van Engeland. Zo werd Willem III koning van Engeland en was hij tegelijkertijd stadhouder van de Republiek.

Willem III heeft steeds gestreefd naar een groot verbond van landen tegen de Fransen. Dat lukte in hetzelfde jaar als zijn kroning tot koning van Engeland. De Oostenrijkse keizer, de Duitse staten en zelfs Spanje sloten zich aan bij de coalitie tegen de Fransen. Met de Republiek was toen al de negenjarige oorlog met Frankrijk uitgebroken, die weinig succes opleverde en veel geld kostte. De economie liep hierdoor grote schade op, waardoor de werkloosheid toenam. Dit leidde in Amsterdam tot een groot oproer onder de bevolking, die de geldverslindende oorlogen beu was. Aanleiding voor deze 'Aansprekersoproer' was een minder gunstige regeling voor begrafenisondernemers.